Het Precolumbiaanse Tijdperk

Argentina History

Geschiedenis van Argentinië

De eerste sporen van bewoners in Argentinië stammen uit 11 000 v.C., maar de Argentijnse indianenculturen waren minder ontwikkeld dan die van het buurland Peru. In 1 v.C. ontwikkelden verschillende culturen in de Andes beschavingen die zich baseerden op maïs, en die later deel werden van het Incarijk. Meer naar het zuiden bleven de Indiaanse volkeren voornamelijk jagers en verzamelaars. Twee van de meest opvallende culturen waren de ‘Guaraní’ in het Noordoosten; waar ze yuca en zoete aardappelen verbouwden, en de ‘Mapuches’ in de centraal gelegen regio’s, een cultuur die veel van de nomadenculturen uit de zestiende eeuw samenbracht.

Het koloniale tijdperk

In 1516 zeilde Juan Diaz de Soliz, tijdens zijn zoektocht naar de zuidwestelijke route naar Oost-India, het huidige Rio de la Plata binnen, en eiste het gebied op voor Spanje. Buenos Aires werd in 1536 gesticht door Pedro de Mendoza, maar vijf jaar later zagen de Spanjaarden zich gedwongen om de plaats te verlaten, wegens een reeks tegenslagen. Pas in 1580 stichtten de Spanjaarden Buenos Aires opnieuw. Hoewel Buenos Aires een directere verbinding met Spanje vormde, stond de regio onder controle van het gouvernement van Peru, dat was gezeteld in Lima, en was daardoor afgesloten van overzees handelsverkeer. Pas in 1776 werd Buenos Aires de hoofdstad van het gouvernement van de Rio de la Plata, dat gevormd werd door de huidige landen Argentinië, Bolivia, Paraguay en Uruguay. Ten gevolge hiervan braken voor het gebied betere tijden aan en breidde het zich uit dankzij zowel het handelsverkeer dat op grote schaal plaatsvond met Spanje en de Spaanse kolonies, als ook illegale handel, die bestond uit de export van Peruviaans zilver en dierenhuiden uit de Pampa’s en de import van slaven uit Afrika.

Onafhankelijkheid

Groot-Brittannië, dat in die tijd in oorlog was met Spanje en Frankrijk, voerde zowel in 1806 en in 1807 een aanval uit op Buenos Aires, maar een burgermilitie verdedigde de stad. Vol van vertrouwen over hun capaciteiten, weigerden de inwoners van Buenos Aires om de broer van Napoleon te erkennen, toen die werd gekroond tot Koning van Spanje. In plaats daarvan sloegen zij de regering neer en stelden een tijdelijke regeringsraad aan in 1810.

Er werden campagnes gehouden om de steun van het binnenland te winnen; een onafhankelijkheidsstrijd die jaren zou duren. In 1816 werd in Tucuman officieel het onafhankelijkheidsverdrag ondertekend. Er kwam echter geen stabiele regering en de strijd tussen de voorstanders van een in Buenos Aires gecentraliseerde staat, en diegenen die een federale staat wilden met meer onafhankelijkheid in de provincies, eindigde in een burgeroorlog. In 1829 kwam dictator Juan Manuel de Rosas aan de macht en regeerde met ijzeren hand totdat hij in 1852 van de troon werd gestoten door Generaal Justo Jose de Urquiza.

De Federale Staat en de Republiek

Een jaar later, in 1853, werd in Argentinië de federale grondwet ingevoerd, met Urquiza als eerste president; Buenos Aires weigerde de Federale staat te erkennen, en in 1859 brak er een burgeroorlog uit, en opnieuw een in 1861. In de Slag van Pavon maakten de strijdtroepen uit Buenos Aires onder leiding van Generaal Bartolome Mitre een eind aan de Federale staat en werd de Argentijnse Republiek uitgeroepen. Mitre werd president en beloofde het land industrialisatie en immigratie te brengen. Van 1865 tot 1870, in wat later bekend zou staan als de oorlog van de drievoudige alliantie, verklaarde Argentinië aan Paraguay de oorlog, samen met Brazilië en Uruguay. In 1879 roeide Generaal Julio A. Roca de overblijvende indianenstammen uit, in wat later bekend zou komen te staan als de ‘Slag om de Woestijn’, waarbij hij meer dan 1 300 mensen om het leven bracht en de zuidelijke Pampas openstelde als nieuwe gebieden die gebruikt konden worden voor landbouw en veeteelt.

Het Begin van het Moderne Tijdperk

Vanaf deze periode tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog groeide de welvaart in Argentinië en groeide het land uit tot een van de tien rijkste landen ter wereld. Dankzij de export van wol, tarwe en rundvlees, kwam Buenos Aires vol te staan met gebouwen in Parijse stijl en verzesvoudigde het aantal bewoners zich. In 1912 verkreeg de mannelijke bevolking het stemrecht dankzij de wet van Saenz Pena, en de toegenomen politieke deelname van de midden- en arbeidersklasse brachten Hipolito Irigoyen en de Radicale Partij aan de macht in 1916. Alhoewel de Eerste Wereldoorlog voor een recessie zorgde, van 1924 tot aan de economische wereldcrisis in 1929, maakte Argentinië een nieuwe golf van welvaart door.

De Opkomst van Juan Peron

In 1930 dwong een militaire staatsgreep Irigoyen de macht af te staan, en installeerde zich een korte militaire dictatuur, die opnieuw leidde tot een decennium van conservatief leiderschap. De moderne economie en politieke macht, en tevens de arbeidersbewegingen, de opkomst van een modern leger en de verstedelijking speelden een belangrijke rol bij het aan de macht komen van Juan Domingo Peron en zijn ‘Peronisme’. Toen het leger in 1943 de constitutionele regering van Argentinië afzette, werd kolonel Peron gepromoveerd tot Oorlogssecretaris. Zijn populariteit bij het volk leidde er echter toe dat het leger hem arresteerde; de massaprotesten die hierop volgden leidden zowel tot zijn vrijlating als tot zijn overwinning in de verkiezingen van 20 februari 1946. Hoewel Argentinië neutraal bleef gedurende het grootste deel van de Tweede Wereldoorlog, en de militaire regeringen van 1943-46 de Duitse zijde steunden, stond het land tegen het einde van de oorlog aan de kant van de geallieerden.

Perons vrouw, Evita, was een uit een arbeidersgezin afkomstige actrice, en haar charismatische karakter hielp haar om de steun te winnen van de arbeiders en de vrouwelijke bevolking. In 1952 stierf ze echter aan kanker. In 1947 lanceerde Peron zijn eerste vijfjarenplan voor het nationaliseren van de industrie, en in datzelfde jaar verkregen vrouwen het kiesrecht. Peron voerde een grondwetswijziging in om zodoende een tweede termijn te kunnen regeren, en in 1952 won hij de verkiezingen. Na het bombardement van het ‘Roze Huis’ in 1955, werd Peron echter afgezet tijdens een militaire coupe, en vervolgens verbannen naar Spanje.

Peronisten versus Anti-Peronisten

Eduardo Lonardi, die Peron afzette, werd al gauw overwonnen door Pedro Aramburu. In 1956 deden twee Peronistische generaals een poging tot een staatsgreep tegen de president; de opstand werd neergeslagen en de generaals, leden van de militie en twintig burgers, werden geëxecuteerd tijdens wat later de massamoord van Leon Suarez werd genoemd. In datzelfde jaar verkreeg de anti-Peronbeweging de meerderheid; maar de linkervleugel van de Radicale Partij onder leiding van Arturo Frondizi, verliet de constitutionele vergadering onder protest. In 1958 won Frondizi de verkiezingen met behulp van de steun van Peron vanuit Spanje, maar hij werd in 1962 afgezet door een nieuwe militaire interventie. Daar de protesten aan de kant van de Peronistische arbeiders aanhielden, werd de regering geconfronteerd met continue instabiliteit totdat in 1966 een nieuwe staatsgreep Generaal Juan Carlos Ongania aanstelde als ‘de facto’ (niet-democratisch gekozen) president.

Dit systeem van militaire benoemingen duurde tot 11 maart 1973, toen er in Argentinië voor het eerst sinds tien jaar algemene verkiezingen werden gehouden. Hoewel Peron verhinderd werd van deelname, won Peronist Dr. Hector Campora het presidentschap, wat leidde tot overweldigende publieke steun. Toenemende druk van zowel rechts als links leidden ertoe dat Peron op 20 juni 1973 terugkeerde, en een paar maanden later het presidentschap op zich nam; deze dag wordt gemarkeerd door de massamoord van Ezeia waarbij minstens dertien mensen omkwamen door geweerschoten op het vliegveld waar miljoenen mensen waren samengekomen om Peron te verwelkomen. Na de dood van Peron op 1 juli 1974, trad zijn vrouw Isabel Peron aan als president, maar zij kreeg te maken met ruzies binnen de partij, groeiend terrorisme, en economische chaos.

De Vuile Oorlog

Op 24 maart 1976 werd Isabel Perón door een militaire staatsgreep gedwongen af te treden, en de nieuw aangestelde militaire ‘junta’ probeerde voor economisch herstel te zorgen door middel van het ‘Proces van Nationale Reorganisatie’. Daarnaast probeerde de junta hard om de basis van revolutionairen die onder de bevolking was ontstaan uit te roeien, waarbij studenten uit de middenklasse, intellectuelen en organisatoren van de arbeiderspartij het doelwit waren. In de periode 1976 – 1983, in wat bekend staat als de ‘Vuile Oorlog’, zijn naar schatting tussen de 11 000 en 30 000 mensen verdwenen, dat wil zeggen dat ze zijn gearresteerd en vervolgens geëxecuteerd zijn. In april 1977 begonnen de moeders van de verdwenen personen hun stem te laten horen op het Plaza de Mayo, waar zij nog steeds wekelijks hun ronde lopen.

De Jaren '90

Carlos Menem kwam met een sterk, controversieel en neoliberaal programma, waarbij hij ironisch genoeg veel van de industrieën die Perón had genationaliseerd, weer privatiseerde. In 1994 werd de grondwet hervormd, waardoor hij nog een termijn aan kon blijven. Hoewel Menem de verkiezingen van 1995 won, drong een nieuwe partij, genaamd ‘FrePaso’, door, die een alternatief voor de twee traditionele partijen, de Peronisten en de Radicalen, vormde. In 1999 won de Radicale FrePaso-kandidaat Fernando de la Rua, en zette de politiek van vrije markteconomie van de vorige regering voort. Daarbij maakte De La Rua een begin met controle van de staatsschuld, hervorming van de arbeidswetgeving en het stimuleren van de economie door steun te verlenen aan bedrijven.

De Economische Crisis in Argentinië

Ondanks zijn inspanningen, waren de resultaten desastreus. De recessie die was begonnen aan het einde van de laatste termijn van Menem, leidde in Argentinië uiteindelijk tot de economische crisis, en tot de waardedaling van de peso. Onder druk van het IMF tot afbetaling van de buitenlandse schuld, zag Argentinië zich gedwongen de Argentijnse peso, die tot dan toe aan de Amerikaanse dollar gekoppeld geweest was, te devalueren. Uit vrees voor kapitaalvlucht, voerde de toenmalige Minister van Economische zaken, Domingo Cavallo, op 1 november 2001 wetten door die in ernstige mate de mogelijkheden om geld van de bank op te nemen beperkten. Vooral de middenklasse werd hier het slachtoffer van, aangezien hun kapitaal feitelijk werd bevroren, terwijl de mensen die tot de bovenklasse behoorden over het algemeen hun spaargeld behielden, aangezien zij bankrekeningen in dollars bezaten. In de maand december bleef het niveau van de economie in Argentinië op alarmerende wijze dalen. Duizenden mensen kwamen om bij opstanden, en zowel de Minister van Economische Zaken als De la Rua traden af. Hoewel het Nationale Congres onmiddellijk Adolfo Rodriguez Saa herkoos, trad hij een week later, op 31 december, af. Op 2 januari 2002 werd Peronist Eduardo Duhalde, die in de meest recente presidentsverkiezingen had verloren, gekozen. Onder zijn regering devalueerde de peso tot 29% ten opzichte van de dollar, en uiteindelijk werd de koppeling helemaal losgelaten. Terwijl President Duhalde te kampen had met protesten van zowel de middenklasse als de lagere klasse, en met het feit dat miljoenen Argentijnen in armoede waren geraakt, voerde hij een relatief gematigd beleid, waarbij hij werkte aan controle van de inflatie, groei van de industrie, aanmoediging van importvervangende industrieën, en het voorzien in de basisbehoeften van het land en de bevolking. Het jaar daarop werden verkiezingen gehouden: ex-president Carlos Menem trok zich terug, waardoor op 25 mei 2003 Nestor Kirchner van de ‘Justitiële Partij’ (Partido Justicialista) aan de macht kwam.

Kirchner, een voormalig gouverneur van de provincie Santra Cruz, liet eerst een ‘frisse wind van verandering’ waaien. Met een nadruk op regeerbaarheid, stelde hij zich tegenover de militairen en de politie op, en herriep de algehele onschendbaarheid die was uitgeroepen over diegenen die misdaden hadden begaan tijdens de Vuile Oorlog.

Hij herstructureerde ook op succesvolle en controversiële wijze de Argentijnse staatsschuld en veranderde de koers van de Argentijnse buitenlandse politiek, die niet langer richting Verenigde Staten zou wijzen maar in de richting van de MERCOSUR. Op 2 juli 2007 kondigde Kirchner aan dat hij niet opnieuw deel zou nemen aan de verkiezingen.

In oktober 2007 won Cristina Fernandez de Kirchner, de echtgenote van Nestor Kirchner, de verkiezingen met een van de meest ruime marges sinds de herinvoering van de democratie in Argentinië, en werd daarmee de eerste gekozen vrouwelijke president (de eerste niet-gekozen vrouwelijke president was Isabel Peron). De begindagen van haar presidentschap werden getekend door en ernstige aantasting van de relatie tussen Argentinië en de Verenigde Staten, veroorzaakt door een omkoopschandaal waarbij een Amerikaanse advocaat onwettige bijdragen aan de verkiezingscampagne zou hebben geleverd. Fernandez de Kirchner heeft redelijk hoge cijfers van goedkeuring ontvangen, en men verwacht dat zij het beleid van de vorige regering zal voortzetten. Recentelijke gebeurtenissen hebben er echter voor gezorgd dat de politieke situatie van Argentinië nog altijd geen toonbeeld van stabiliteit is.

Vind je het leuk wat je ziet?

AMAUTA Spanish School
San Agustin 249
Cusco
Telefoon. +51 84 242998
Noodgevallen:
+(51) 992 561831
+(51) 953 271193 or 97
Whatsapp: 316 83303403

Pringles 1441
Palermo
Buenos Aires, Argentinië
Telefoon. +(54) 911 4189 4878

Vind ons ook hier:
website chat software